Rode strepen door foute antwoorden

Gepubliceerd op 15 februari 2021 om 18:45

Ongeveer drie tot vier jaar geleden had niemand kunnen bedenken dat het zo ver zou komen. Vol passie en plezier stond ik voor de klas. Ik deed het werk vol overgave en genoot van de kinderen. Van hun aanwezigheid, van de gesprekken, van het plezier en van hun ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling van mijn leerlingen heb ik altijd het belangrijkst gevonden. Inmiddels weet ik dat ik daarin veel te geven heb. Met die ontwikkeling wil ik mij bezig houden. En het onderwijs heeft daarin geen plek meer voor mij.  

Regelmatig werd ik even ‘op het matje’ geroepen. Want inderdaad, de handelingsplannen, de groepsplannen, de cito-analyses en al het andere administratieve deel van mijn werk in het onderwijs was niet klaar voor de deadline. Als ik dan tóch al mijn moed bij elkaar verzameld had en (uren) aan het papierwerk zat, maakte ik er wel het beste van. Uitgebreid, duidelijk en netjes. Uiteindelijk deed ik het en zag het er goed uit. Waarom ik dit werk uitstelde? Het voelde voor mij totaal niet als prioriteit. En dat is één van de dingen waar ik steeds weer tegenaan liep. Dat waarvan ik vond waar de prioriteiten moesten liggen, zijn in dit systeem ‘bijzaak’. Dat wat in mijn ogen een stuk minder belangrijk is, moest ik bovenaan mijn lijstje zetten. Plannen waar niemand ooit nog naar keek. Resultaten en cijfertjes die tot drie keer toe, in verschillende plannen, geëvalueerd moesten worden. Knettergek.

En ondertussen?

Ondertussen kwam ik in iedere klas kinderen tegen die zich dom, stom en minderwaardig voelden. Kinderen die ‘minder goed’ kunnen leren dan de anderen. De kinderen waarbij ik verplicht een rapport moest uitdelen, boordevol onvoldoendes, matigjes en rode blokjes. Want deze kinderen scoren namelijk beneden gemiddeld. Onder wie? Onder wat? Altijd dat meten aan anderen. Kunnen we kinderen niet gewoon meten aan zichzelf? En misschien is meten nog niet eens het goede woord. Ik zie kinderen graag in hoe ze zijn. En waar ze ook staan op de curve: ze zijn goed zoals ze zijn. Het betekent enkel dat ze wat meer tijd nodig hebben, dat de manier van het aanbieden van de lesstof hen niet past of dat ze angstig zijn voor het maken van een toets. Het betekent alleen maar dat ze misschien niet met een talent voor rekenen geboren zijn, maar met andere prachtige kwaliteiten. En die zien we op school niet. En die zetten we ook niet op een rapport.

Er wordt maar ‘gelijmd’. Het onderwijs wordt zo passend mogelijk gemaakt. Zo passend mogelijk voor het kind? Meestal niet. Vooral zo passend mogelijk voor de maatschappij. En zo gebeurt het bijvoorbeeld dat jonge kinderen, kinderen van zes jaar soms al, werken met koptelefoons. Afgesloten van de rest van de klas. Begrijp me niet verkeerd, voor een enkeling zal het vast helpend zijn. Inmiddels lijkt het een middel, makkelijk in te zetten als een kind afgeleid raakt. Waarom? Omdat er geen tijd en ruimte vrij wordt gemaakt voor het zoeken naar de oorzaak en andere oplossingen. Want misschien speelt er wel van alles bij het kind en lukt het daarom niet de aandacht erbij te houden. Misschien leert het kind wel heel anders dan hoe het door de leerkracht wordt aangeboden. Ik zou dan ook afhaken… Misschien wint iets anders de concentratie van het kind wel. Om nog niet te spreken van de kinderen die in een ‘houten hokje’ gezet worden. Voor mij voelt het eerder als een buitensluiting en vooral alsof we het ‘echte probleem’ niet aangaan. Als het probleem er al is. En is het probleem altijd van het kind? Ik ben er zelf in meegegaan. Wel altijd met lichte weerstand. Ik doe het nu niet meer.

 

Dan de manier waarop vele leerkrachten met elkaar over leerlingen spreken in de wandelgangen. ‘Zijn plafond is echt bereikt.’ Of: ‘Het is een zwakke leerling.’ Of: ‘Deze leerling zal altijd een V-je blijven (laagste cito-score).’ Alsof het vertrouwen in de kinderen volledig zoek is. Alsof ze al zijn opgegeven. Kinderen die steeds weer buiten de klas aan de slag moeten met dat wat zij nog niet goed kunnen en ondertussen ‘al het leuks’ van hun eigen klas missen. Hoe kan het eigenlijk zo zijn dat zij dagelijks extra bezig moeten zijn met iets wat ze moeilijk vinden? Hoe zou het zijn als deze leerlingen dagelijks de tijd zouden krijgen om juist te werken aan wat zij wél goed kunnen. Aan waar hun talenten en kwaliteiten liggen? Reken maar dat zij nu (vaak al vanaf groep 3) voelen dat ze het ‘toch niet kunnen’. Hoe triest is het? En zo mag je dan nog vijf jaren op de basisschool doorbrengen. En zo wordt jouw basis van zelfvertrouwen (niet) gelegd. En maar doorzetten. En maar toetsen maken waarvan je op meer dan de helft van de vragen totaal geen idee hebt van het antwoord. Hoe zou dat voelen? Waar toetsen we eigenlijk écht voor?

Dan de druk van de methodes. Alles wat je af moet hebben in een schooljaar. De weinige tijd die daardoor over blijft voor gesprekken. Voor hoe het met de leerlingen gaat, voor wie ze zijn en willen zijn. En is het echt nog van nu om kinderen te vragen de hele dag op hun stoel te blijven zitten? Te luisteren naar hun leerkracht en te doen wat wordt gevraagd? Wie luistert er naar het kind? Hoe zit het met hun ideeën?

 

De bergen verplichtingen.

De opgelegde regels.

Het zitten, opletten.

De niveaugroepen en de bijsmaak.

De ‘sterke’ en ‘zwakke’ leerlingen.

De curves die anders lopen dan gemiddeld.

De handelingsplannen.

De ‘maar zo doen we het altijd’.

Het boos worden op kinderen die boos worden.

Het kinderen de klas uit sturen.

De rode strepen door foute antwoorden.

 

Niet voor mij meer. Dank je wel. Afgelopen weekend voelde ik sterker dan ooit dan mijn werk hier klaar is. Ik blijf er nog even, omdat ik mijn diepste wens graag wil verwezenlijken en daar heb ik nu nog even een vast inkomen voor nodig. De dagen dat ik er ben, maak ik zo mooi mogelijke dagen met de kinderen. Met aandacht voor wie ze zijn.

Ik blijf nog even.
Voor het jongetje dat zó boos wordt. Zo boos op zichzelf, omdat hij niet meer weet hoe hij de ui moet schrijven.
Voor het meisje dat dwartelend door de klas hupt, omdat ze nog zo jong en speels is en beweging en vrijheid nodig heeft.
Voor de kinderen die voelen dat ze niks kunnen.
Voor de kinderen die hun verhaal graag even kwijt willen.

En ondertussen blijf ik op zoek naar wat mij hier gebracht heeft. Op wat ik te doen heb op deze mooie wereld. Want wat is het een cadeau om als kindercoach te mogen kijken naar wie het kind is. Naar wat het kind nodig heeft. Naar wat het kind kan, naar zijn of haar mogelijkheden. En hoe fijn is het om de volledige aandacht te mogen hebben voor het kind. Te mogen en kunnen luisteren? 
Ik gun het ieder kind (ook als er geen zorgen zijn). 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Papa
8 maanden geleden

Lieve Cindy,
Toetsen, analyses, (groeps)plannen, de administratieve rompslomp. Zó herkenbaar! Zo'n afknapper ook als je echt naar het kind achter de cijfertjes op zoek bent. Naar hun sociaal-emotionele kant, juist de eigenschappen die zo bepalend zijn voor het welzijn van een kind, waardoor het tot 'resultaat' komt. De omgekeerde wereld is helaas de praktijk van het 'systeem'
Nu houd jij je bezig met het kind zelf i.p.v. haar of zijn scores. Goed zo! je hebt de keuze gemaakt die bij je hoort. Daar ben jij zó goed in! Kus van pap. X