Coach jezelf de tandarts boor! Uh, door.

Gepubliceerd op 16 december 2020 om 18:08

De tandarts. Voor weinig mensen een pretje. Gek genoeg ging ik jaren geleden met veel plezier. Ik had zo’n fijne, lieve tandarts. Tot ze zwanger werd en verhuisde naar Brabant. Dat maakte haar natuurlijk niet minder fijn of lief, maar ze was wel weg. De laatste jaren ging ik liever niet. Kop in het zand. Alle ‘vergeet uw halfjaarlijkse controle-herinneringen’ negeerde ik volop. Op een gegeven moment sturen ze geen herinneringen meer. Snap ik. Alleen als het hoognodig was, maakte ik schoorvoetend een afspraak. Iets met een ontstoken verstandskies, dus dan naar de kaakchirurg, waar ze er alle vier uitgetrokken worden. Wat een feest. Een week vloeibaar eten en twee kilo afvallen (dat dan weer wel). Toen kwam Corona, maart/april. Het begon met gespannen kaken. ‘Zal wel door alle onrust en stress komen,’ dacht ik. En misschien was dat ook wel zo. Alleen werd de pijn steeds erger en de plek steeds concreter. Rechts achterin. Mijn vrezen werd bevestigd. Een gaatje. Correctie: gat. Als je dus nooit naar de tandarts gaat, krijg je het op een gegeven moment voor elkaar om gaten als meteorietinslagen te creëren. Dus een gedwongen bezoek aan de tandarts, niet mijn ‘eigen’ (de lieve vrouw die mijn toen zwangere tandarts had vervangen, maar in hoeverre mag ik haar ‘eigen noemen als ik nooit kom?), maar bij een man waar ik weinig verbinding en klik bij voel. Dat maakt het niet minder spannend… Ik moet hem nageven: ik heb nog nooit zo’n pijnloze verdoving ervaren. Deze meneer vertelde me toen ook al, dat ik beginnende gaatjes had in de rest van mijn gebit. Dus het was heel belangrijk om een vervolgafspraak te maken. Een flinke periode kwam dat er toch weer niet van…

 

Tot een maand geleden. Het moest er toch maar eens van komen. Ik maakte een afspraak en met lood in mijn schoenen bezocht ik mijn ‘eigen’ tandarts, die ik nu toch weer een beetje ‘eigen’ mag noemen. Met een licht verhoogde hartslag lag ik daar in de stoel en hoorde ik haar nummers opnoemen tegen de assistente. Ik heb hier natuurlijk niet voor geleerd, maar snapte wel dat dit waarschijnlijk nummers van kiezen of tanden zijn. In mijn hoofd tel ik met haar mee. Zeven. Zeven nummers. ‘Ik mag hopen dat dit niet de gaatjes zijn die je nu doorgeeft?’ Mooi wel. Zeven gaatjes. Drie vervolgafspraken rijker. ‘Heb je een idee hoe het komt? Poets je regelmatig?’ Ja, echt waar. Braaf twee keer per dag en twee minuten met een elektrische tandenborstel. Echt. ‘Stoken en flossen?’ Nee. En ik zal je nu beloven het te doen en mijn intentie is er ook echt, maar ik weet dat ik hier na twee dagen waarschijnlijk weer mee stop… ‘Zou het met voeding te maken kunnen hebben?’ BAM. Die komt hard aan. ‘Dan is het echt belangrijk om hierin te minderen.’ Joh. Je meent het.

Ik stap in de auto, spreek een bericht in naar een waardevolle vriendin, die deze tandarts-hysterie als geen ander begrijpt en barst in tranen uit. Ik kan alleen maar lelijke dingen zeggen. Niet tegen haar natuurlijk, maar tegen mezelf. De nare gedachten zitten niet alleen meer in mijn hoofd, maar hangen nu in de auto en komen bij haar in het spraakbericht aan. Ik heb het even teruggeluisterd. ‘En ik word er moddervet van, en ik heb gewoon een gebit vol met gaten door alle suiker.’ En: ‘Trek alles er maar uit. Ik vind mijn gebit toch lelijk. Ik mis ook een tand en een kies.’ En: ‘Ik moet ook echt stoppen met snoepen, ik ben echt weer dik aan het worden.’ En zo gaat het maar door. Ik zal je de rest besparen. Allemaal gedachten die je niet wil hebben en die totaal niet helpen. Iets waar ik het met alle lieve kinderen in mijn praktijk over heb. Ik gun het ze zo dat zij dit op vroegere leeftijd leren. De kracht van gedachten. Wat helpt je wel? Ik begin het nu pas te leren en soms val ik even terug, zoals op die dag bij de tandarts.

Vandaag zijn we een maand verder en begint het drie-wekelijkse-feest. Gespannen maak ik me ’s ochtends klaar. Hoeveel gaatjes zal ze vandaag gaan boren en vullen? Aan welke kant zal ze beginnen? Zal de verdoving wel snel genoeg werken? Kan ik ’s middags wel coachen of heb ik te veel last? Allemaal vragen die door mijn hoofd flitsen. Ik ben me bewust van de spanning en kies ervoor om deze keer helpende gedachten in te zetten. Ik pak het doosje met kaartjes en kies er drie uit.


Alles gaat voorbij.
Ja, echt. Ook die drie kwartier afzien en eventuele napijn. Alles gaat voorbij, vanmiddag of desnoods vanavond is het klaar en ben je weer helemaal oké.

Het is goed voor mij.
Hoe stom het ook is, dit is goed. Dit is zelfzorg. Voorkomen dat er meer problemen ontstaan. Verantwoordelijkheid nemen.

Het is zoals het is.
En zo is het. Ik zal het er mee moeten doen. De gaatjes zijn er, de afspraak staat. Ik mag er even doorheen.

 

In de auto luister ik naar fijne muziek en ik zorg dat ik  niet te vroeg bij de tandarts ben. Dan duurt het wachten in de wachtkamer minder lang. De praktijk zit in een bejaardentehuis. Als ik aan kom rijden, zie ik een meute mensen voor het gebouw staan. Ik ben inmiddels wat aan de late kant en kan niet zo snel een parkeerplek vinden. Gehaast loop ik uiteindelijk van mijn auto naar de ingang. Ik zie daar een groep kinderen staan met hun ouders er (op afstand) omheen. Ze vormen een koortje en zingen kerstliedjes. De ouderen staan op verschillende verdiepingen achter hun ramen te kijken en te luisteren. De tranen schieten in mijn ogen. Zo mooi. Zo liefdevol. Adem in, adem uit.

Ik besluit de tandarts meteen maar te vertellen dat ik het spannend vind. Ze vraagt of ik een verdoving wil. Dat vind ik een moeilijke vraag waar ik niet op had gerekend. Ik was van een verdoving uitgegaan. ‘Dit vind ik heel lastig. Want het is vooral de verdoving waar ik tegenop zie.’ De tandarts zegt dat we zonder verdoving kunnen beginnen en altijd nog kunnen verdoven als het niet gaat. Tenzij het mij een meer ontspannen gevoel geeft als het wel is verdoofd. ‘Ja, dat is het. Het geeft me een meer ontspannen gevoel. Laten we het maar wel verdoven.’ Ik vertel de tandarts dat ik altijd bang ben dat de verdoving nog niet werkt als ze gaat boren. Die keer bij de kaakchirurg duurde het gigantisch lang voordat de verdoving zijn werk deed. Heel lief en vol aandacht en rust geeft ze mij de prik. Viel reuze mee. Alles gaat voorbij. Het is goed voor mij. Van het boren voel ik niets. Helaas zorgen het waterstraaltje en de koude lucht voor pijnscheuten bij mijn tanden en kiezen. De tandarts zegt dat ze niet alles kan verdoven. Het is zoals het is. Adem in, adem uit. Denk aan leuke dingen. En zo lig ik in de stoel mijn backpack-avontuur van acht jaar geleden door mijn hoofd af te spelen en hoor ik tussen het boren door het kinderkoor op de achtergrond kerstliedjes zingen. En dan is het klaar. En rijd ik naar huis. En eet ik vla en coach ik twee meisjes. Het meisje van 10 vertelt mij ’s middags dat ze haar steen had meegenomen naar de tandarts. Haar kies moest er een tijdje geleden uit getrokken worden. In haar steentje stoppen we altijd helpende gedachten en dit draagt zij altijd bij zich. Zij vindt het een goed idee dat ik de volgende keer ook een steentje meeneem. Want dat helpt. Nog twee afspraken. Ik kan het. Met steen. Of zonder. Het gaat mij lukken.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Papa
10 maanden geleden

Fantastisch verhaal over een vervelende gebeurtenis. Kon het niet laten af en toe hardop erom te lachen.