Geen excuus

Gepubliceerd op 10 februari 2020 om 21:23

In oktober deed ik nog mee aan de halve marathon van Amsterdam en liep ik 21 kilometer hard. Euforisch was ik, want zo’n halve marathon is voor mij een enorme prestatie. Ik was zo trots! Bedenkend dat ik een groot deel van mijn leven een hekel had aan sporten. Het maakte niet uit over welke vorm van beweging het ging, ik vond het allemaal vreselijk. Nu weet ik dat die hekel vooral kwam door een groot gevoel van onzekerheid. Na maandenlang getraind te hebben, ging ik in Amsterdam de eindstreep over, maar niet zonder slag of stoot. Al na de eerste kilometer viel ik languit met mijn gezicht op straat en lagen mijn handen en kin open. Mijn broek was stuk en mijn lip werd dikker en dikker. Toch zette ik door en kan ik deze gebeurtenis nu aanwijzen als één van de grotere successen in mijn leven.

Nu ben ik 3,5 maand verder en staat het er iets anders voor. Eind november onderging ik een kleine ingreep aan mijn spatader en dat zorgde ervoor dat het hardlopen een tijdje niet meer ging. Uiteindelijk verdween met mijn spatader ook mijn motivatie. Keer op keer nam ik me voor om mijn hardloopschoenen weer eens aan te trekken, maar keer op keer deed ik het niet. Het hijgde steeds meer in mijn nek en het hardlopen, dat voor mij een tijdlang voor plezier zorgde, voelde nu als ‘moeten’. En iets moeten is nooit fijn. Weken gingen voorbij, maanden gingen voorbij. Het uitstelgedrag werd steeds groter.

Na een tijdje werd me duidelijk wat het zo lastig maakte om toch weer naar buiten te stappen en kilometers te maken. Onder het uitstelgedrag ligt iets anders, namelijk de angst om te falen. Want wat nou als blijkt dat ik het niet meer kan? Wat nou als blijkt dat ik niet eens 5 kilometer kan rennen? Ik zou mezelf figuurlijk afmaken als dat zo zou zijn. Want dan heb ik al die tijd zo hard gewerkt en ben ik nu weer terug bij af.

Tot vandaag. Er is geen excuus meer mogelijk. Ik spreek ’s middags met mezelf af dat ik vroeg in de avond een rondje zal doen. Zonder al te streng te zijn voor mezelf. Als ik 5 kilometer red, zou het fantastisch zijn. En zo niet, dan is dat ook prima. Want na zo lang uitgesteld te hebben, is het toch al heel fijn dat ik de stap weer neem? En zo stap ik naar buiten en trotseer ik de Ciara-wind en de snijdende regen. Een half uur en 5 kilometer later ben ik weer thuis. En echt waar, het viel me reuze mee. En is dat meestal niet het geval? Als je ergens tegenop ziet, valt het vaak best wel mee. Als je iets lang hebt uitgesteld, lucht het juist op als je het gedaan hebt.

Waar ik me nu weer bewust van word, is dat het goed is om te onderzoeken wat er onder je gedrag ligt. Waarom stel ik dingen uit? Waarom begin ik ergens niet aan? Als ik dit in de ogen kijk, kom ik vaak angst tegen. Angst voor falen, angst voor het onbekende. Maar soms gaat het niet eens om het resultaat, maar om het zetten van een stap. Soms is dat al heel knap. En vaak blijken je angsten helemaal niet zo realistisch…

Wie herkent dit uitstellen? Wie herkent deze angsten? Het onstuimige weer had mijn excuus vandaag kunnen zijn. Onze excuses zijn vaak maar smoesjes om die angsten te omzeilen. Want uiteindelijk genoot ik van de regen en de wind en de manier waarop ze hielpen mijn gedachten weg te waaien. Is het niet mooi om er soms even bij stil te staan? En kunnen we elkaar daar af en toe bij helpen? Want ik weet zeker dat ik niet de enige ben die hiermee kampt. Ik zie het in mijn omgeving ook. Bij vrienden, familie, de kinderen in mijn klas. Want waarom zou je ergens aan beginnen als je misschien teleurgesteld wordt? Laten we samen op onderzoek uit gaan en vooral regelmatig tóch een stap durven zetten! Al is het maar een kleintje. Want kleine stappen kunnen leiden tot groots succes.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.