Symbolische steun

Gepubliceerd op 9 december 2019 om 15:18

’s Ochtends merk ik al dat ze niet lekker in haar vel zit. Ze is niet de sprankelende, enthousiaste versie die we van haar kennen. Tijdens het buitenspelen komt het verhaal eruit. Ze is heel moe, heeft slecht geslapen en veel nagedacht over de ruzie van gisteren tussen haar en haar ouders. Ze voelt zich erg verdrietig en de tranen vloeien. Een conflict tussen haar en haar zusje zorgde ervoor dat haar ouders boos op haar werden. Het voelt voor haar volledig onterecht, want in haar ogen heeft ze echt niets gedaan. Haar ouders riepen haar toe dat het misschien beter zou zijn om haar het huis uit te sturen. Dat laatste doet haar veel pijn. Ze voelt de afwijzing. Zonder oordeel over haar ouders probeer ik haar uit te leggen dat mensen soms dingen zeggen die ze niet menen of niet zo bedoelen. Soms doen we dat als we boos zijn. Ze twijfelt aan wat ik zeg.

Ik vraag haar of er kinderen in de klas zijn bij wie ze dit verhaal graag kwijt zou willen. Ze geeft aan dat ze weinig kinderen vertrouwt en het liefst het verhaal met mij deelt. Toch zijn er wel namen van twee meisjes die ze noemt. Twee meisjes die haar de afgelopen weken steeds vaker een goed gevoel hebben gegeven: Mia en Julia. Maar voor het volledige vertrouwen is het nog iets te vroeg. Ze laat het hier liever bij.

Ik vraag haar of ik iets voor kan betekenen en of we iets kunnen bedenken waardoor ze haar dag zo goed mogelijk door kan komen. We spreken af dat ze even op een rustige plek gaat zitten in de bibliotheek. Ik schenk een kopje thee voor haar in en bied haar aan om lekker te lezen of te tekenen. Zo ijverig als ze is, lijkt het haar een beter idee om op dat rustige plekje aan de slag te gaan met de taalles. Dat is ook goed.

Terwijl ze daaraan begonnen is, vraag ik Mia en Julia bij me. Ik leg ze uit dat er sprake is van verdriet bij Amy. Dat verdriet is van thuis. Zonder het verhaal te vertellen, vraag ik ze of ze een symbool willen uitzoeken en het haar willen brengen. En of ze bij dat symbool iets willen zeggen dat haar vertrouwen, troost of blijdschap geeft. Ik leg de symbolen uit het systemisch werken met GroepsGeluk neer. Mia kiest de sleutel en vertelt dat die sleutel gebruikt kan worden voor de ingang naar haar. Dus als Amy iets bij haar kwijt wil, dan kan dat. We komen tot de conclusie dat de sleutel ook kan staan voor vertrouwen. Dat geheimen veilig achter slot en grendel worden bewaard. Julia kiest het klavertje vier, omdat ze hoopt dat Amy zich gelukkiger zal voelen.

Om beurten lopen ze naar haar toe en beiden komen ze terug in de klas met hetzelfde verhaal: Amy vond het heel fijn. Aan Julia vertelde ze zelfs het hele verhaal. Julia vertelt aan mij dat ze alleen niet zo goed wist wat ze moest zeggen of wat ze er mee moest. ‘Dat geeft niet, dat ze het bij jou kwijt kon, is genoeg.’ Als ik iets later naar Amy loop om haar het laatste symbool te geven, vertelt ze me dat ze zich een stukje beter voelt. De symbolen en de woorden van haar klasgenoten hebben haar goed gedaan. Vooral aan Julia heeft ze veel gehad. Ik geef haar het hartje en vertel haar dat ik haar heel lief vind en dat ik het belangrijk vind dat ze weet hoe bijzonder ze is. Met tranen in haar ogen bedankt ze me en geeft ze me een knuffel. Zo simpel kan het zijn.

 

Rekeninghoudend met de privacy van deze kinderen heb ik fictieve namen gebruikt.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.