Hoe kinderen MIJ vandaag coachten

Voor mijn verjaardag, elf dagen geleden, kreeg ik nieuwe skeelers. Ik denk dat ik daar al zo’n vijftien jaar niet op heb gestaan. Van de week probeerde ik het een klein stukje, maar ik ondervond al snel wat onzekerheid. Vanavond trok ik ze toch weer heldhaftig aan, vooral omdat ik het nodig had om even stoom af te blazen.Ik besloot de ‘skateroute’ te nemen die zo’n beetje voor mijn huis begint. Dat is een fijn, makkelijk pad, op sommige drempeltjes en oversteekplaatsen na. Het remmen is nog een dingetje…De heenweg verloopt voorspoedig. Ik geniet van het nog even doorkomende zonnetje en bewonder de pasgeboren ganzenkuikens, die moeite hebben de kant van de sloot op te komen. Wat een doorzettingsvermogen. Er is geen papa- of mamagans die ze helpt, maar het lukt ze uiteindelijk zelf. Zullen die kleine donsjes ook gefrustreerd raken als het niet meteen lukt? Ik vraag het me af.Als ik me omkeer voor de terugweg begrijp ik al gauw waarom de heenweg me vrij makkelijk af ging. Ik had windje mee… Terwijl ik naar huis terugploeter en mijn hoofd me weer eens bekogeld met veel onaardigs over mijzelf, hoor ik door de muziek vanuit mijn oordopjes stemmen. Stemmen van twee meisjes die ik zojuist voorbij geskeelerd ben. Toen ik op ze af rolde, dacht ik aan vroeger. Aan hoe vanzelf het skeeleren toen ging. Zonder angst en zonder oordeel. En dat terwijl ik, net als zij, waarschijnlijk een stuk minder snel ging dan nu ga.‘Wat kunt u het goed, zeg!’ Ik draai me om, glimlach naar haar en geef antwoord: ‘Vind je dat? Nou, ik ben nog een beetje wiebelig hoor! Maar dank je wel!’ Ik wil doorrollen en zo snel mogelijk thuis zijn, maar deze twee engeltjes op aarde laten mij niet gaan. Zachtjes kom ik tot stilstand. Ik doe mijn oordopjes uit mijn oren. ‘Wat zeg je?’ Ik hoorde dat ze nog iets nariep, maar heb het niet verstaan.‘Hoe lang doet u dit al?’ Ik vertel haar, dat ik de skeelers net nieuw heb en dat het de tweede keer is dat ik ze gebruik. Ook leg ik uit, dat het al zo’n vijftien jaar geleden is, dat ik dit deed en dat ik het daardoor nog een beetje spannend vind. Beide meisjes snappen mij maar al te goed. Het ene meisje vertelt me, dat zij al vier jaar ervaring heeft. Haar vriendinnetje legt enthousiast uit dat zij op haar vaders skates staat. Maatje 45, zonder rem. Ze zien er behoorlijk intens uit. Het is knap dat ze erop vooruit komt. Het kleinere broertje, dat vandaag met de meisjes mee rent, vertelt dat hij thuis ook skeelers heeft. Zo hoort hij toch nog bij onze club. ‘Ik vind het remmen ook nog moeilijk. Als ik u een tip mag geven: je kunt ook je voeten een stukje met de tenen naar binnen draaien. Dan stop je vanzelf!’ Ik glimlach en bedenk me ineens dat ik dit vroeger ook zo deed. Dat remblok aan de achterkant heb ik altijd al ingewikkeld gevonden. ‘Ah! Ja, dat deed ik vroeger ook al! Dat was ik helemaal vergeten. Wat een goede tip, dank je wel.’ Ik vraag haar of ze ook advies heeft over de drempels. Daar weet het andere meisje wel raad mee. ‘Gewoon je armen erbij gebruiken!’ Ze doet het voor. Het gaat hier duidelijk om balans, heuveltje af en om kracht bijzetten, heuveltje op. ‘Veel plezier nog!’ roepen de meisjes me na. Ze moesten eens weten. Dit kleine, lieve en bemoedigende gesprekje geeft me het plezier weer terug. Zelfs in de tegenwind. Ze skeeleren voor me uit. Als ik ze iets later weer inhaal, zwaaien we naar elkaar en zeggen we gedag. Terwijl ik – ineens een stuk meer zelfverzekerd – verder rol, voel ik de kracht van vertrouwen. Uiteindelijk moet ik het zelf doen, naar huis rollen en de drempels trotseren. Maar de aanmoediging van een ander, gezien worden en een compliment ontvangen… Het is net als coachen. Het geeft je inzicht, het gevoel er niet alleen voor te staan en het kan je net dat steuntje in de rug geven dat je nodig hebt. Mooi!

Lees meer »

Nu is het moment

Ineens merk ik op dat ik al een paar minuten met volle aandacht naar jullie kijk. Ik zit op de grond, met mijn rug tegen de verwarming en met een kleedje over mijn schoot. Rechts van mij staat de bank. Daar ligt de grootste pluizenbol. Ondanks de kap om je hoofd lig je er in diepe ontspanning bij. Je snorharen trillen een beetje en je lijf geeft wat schokjes. Het is duidelijk dat jij je in dromenland bevindt. Waar zal je over dromen? Over kattenbrokjes? Over muizen? Over hoe het zou zijn om naar buiten te kunnen? Misschien denk je wel terug aan de tijd dat je nog twee oogjes had. Aan de vrijheid die je voelde zonder dat stomme ding om je nek. Verderop, in de slaapkamer, ligt de tweede pluis in de kledingkast. Hij heeft een plek voor zichzelf gezocht om zich even terug te trekken en geniet van de zachte ondergrond die mijn truien hem geven. Ik krijg vooral een warm gevoel als ik naar hem kijk, maar denk ook aan de honderden witte haren die hij zal achterlaten op mijn kleding. Wat maakt het uit?Links van mij ligt het kleinste pluizenbolletje opgekruld in een mandje waar ze nooit eerder in gelegen heeft. Niet omdat het nieuw is. Ik heb het al bijna twee jaar in huis. Heb het zelfs al eens op Marktplaats gezet. Tevergeefs. Blijkbaar was vandaag het juiste moment om het eens uit te proberen.

Lees meer »

Wees nou eens een grote meid

'Wees nou eens een grote meid!' hoor ik de wanhopige moeder roepen tegen haar krijsende dochter. Het meisje is, denk ik, een jaar of vier. Ik sta in een sieradenwinkel, gewoon even te neuzen. Ondertussen wordt het kleine, blonde meisje met pijpenkrullen in een houdgreep gehouden. Tenminste, dat is wat haar moeder probeert. Ze spartelt en gilt. De tranen stromen over haar wangen. Hortend en stotend spreekt ze de zin uit waarin ze duidelijk haar grens aangeeft: 'IK WIL NIET. IK WIL NIEHIET!' Mij wordt al snel duidelijk wat hier aan de hand is. Moeder en dochter zijn hier vandaag om gaatjes in de oren van het meisje te laten schieten. Het zou heel goed kunnen, dat het meisje dit eerder zelf graag wilde. Nu denkt ze er in ieder geval heel anders over. Ze is nu in de winkel en het moment van schieten is aangebroken. Totale paniek neemt de overhand en angst regeert. Ze wil het niet (meer). Ze wil naar huis. Na de houdgreep, waaruit ze zich spartelend heeft bevrijd, rent ze de winkel uit. Niet te ver, ze verliest haar moeder niet uit het oog. Moeder begint op dit moment haar geduld te verliezen. 'Wees nou eens een grote meid!' Oei. Mijn haren gaan er van overeind staan. Laat ik voorop stellen dat het niet mijn bedoeling is om deze moeder volledig af te kraken. De kans is groot, dat zij zich totaal niet bewust is van wat ze doet. Door haar uitspraak, wordt de angst van haar kleuter volledig afgewezen. Je bent dus geen grote meid als je geen gaatjes in je oren laat prikken. Je voldoet dus niet aan die norm. Je bent niet goed genoeg. Waarschijnlijk onbedoeld zendt deze gefrustreerde moeder afwijzing uit. Het meisje blijft standvastig. Ze gaat het niet doen. Moeder gaat over op een andere tactiek. Met een rustige stem benadert ze haar dochter. 'Luister nou', zegt ze. 'Je hebt straks je feestje. Dan ziet iedereen dat je oorbellen hebt! Wil je niet dat iedereen ziet dat je mooie oorbellen hebt?' Ik vraag me af om wie het hier gaat. Wie wil dit? Het voelt voor mij alsof moeder zélf graag wil laten zien dat haar dochter oorbellen heeft. Het kan haar niet overhalen. Het meisje heeft besloten. Ze wil naar huis. Moeder blijft maar proberen en vertelt het meisje dat het 'helemaal geen pijn doet'. 'Je voelt niks!' Ai. Dat doet mij pijn. Want dat is gewoon niet waar. Ik snap waarom ze het zegt. Ze zegt het waarschijnlijk vanuit de liefdevolle bedoeling haar dochter gerust te stellen. Maar is het eerlijk? En helpt het? Want het meisje gelooft het voor geen meter. Ik vraag me af of het meer zou helpen om te zeggen, dat het maar heel eventjes pijn doet? Dat het heel snel gaat, dat de pijn maar twee tellen duurt. Ik denk het wel. Ik ben de winkel uitgegaan, omdat ik het niet meer aan kon horen. Wat me hierin raakte, was de ontkenning van de angst. Het had heel anders kunnen lopen, als moeder het bange meisje had erkent. Nu werd haar eigenlijk verteld, dat de angst nergens op sloeg. Maar zij voelt het. En terecht. Het is spannend, het doet even pijn en het is iets wat je nog nooit eerder gedaan hebt. Zou het meisje met oorbellen de winkel uitgelopen zijn als haar moeder gezegd had, dat ze haar begreep? Gewoon, iets als: 'Ik snap het, lieverd. Het is ook spannend. Het is heel eventjes vervelend en daarna heb je er heel lang plezier van. Kom je bij me op schoot zitten? Als het zeer doet, mag je heel hard in mijn hand knijpen! En als je het echt niet wil, dan doen we het niet. Misschien kunnen we iets anders moois voor je uitzoeken.'Het zou zo kunnen zijn dat het meisje zich niet gezien en gehoord gevoeld heeft, daar in die winkel. Eenmaal thuis, vertel ik het verhaal aan mijn vriend en bedenk ik me ineens dat ik dit verhaal kan linken naar mijn eigen leven op dit moment. Geen gaatjes prikken. Maar corona-prikken. Veel mensen voelen angst voor corona en voelen zich opgelucht door de vaccinaties te nemen. Vanuit de overheid en vanuit een groot deel van de samenleving (wereldwijd) worden deze mensen erkend in hun angst. Ze worden gerustgesteld en serieus genomen. De mensen die echter voor iets anders kiezen en misschien wel angst hebben voor het nemen van de vaccinatie, missen die erkenning volledig. Ik voel me als dat kleutermeisje. 'IK WIL HET NIEHIEHIET!' En toch word ik in een houdgreep gehouden, waar ik uit probeer te ontsnappen. Het wordt me steeds moeilijker gemaakt er aan te ontkomen. Maar ik heb mijn besluit genomen, net als vele anderen. Wat Mark Rutte en Hugo de Jonge door alle maatregelen - en met name door het coronatoegangsbewijs - nu tegen ons zeggen, is: 'Wees nou eens een grote meid! Dan kun je gewoon weer genieten van een feestje. Dan help je niet alleen jezelf, maar ook een ander. Dan krijgen we 'samen' corona onder controle.' Angst hoeft niet altijd gecontroleerd te worden. Of te verdwijnen. Het mag er zijn. Het mag worden erkent. Wat je angst ook is. En het is aan jouzelf om een angst te overwinnen. Daar mag je hulp bij vragen, maar opdringen en dreigementen werken waarschijnlijk averechts. Zoals dit meisje heel goed voelde, dat het niet helemaal waar was wat haar moeder zei over de pijn, zo voel ik dat het niet helemaal klopt wat ons verteld wordt. En als ik dat voel en daardoor geen vaccinatie wil, heb ik geen maatregelen nodig. Nee. Ik heb het nodig dat jij, Mark of Hugo, tegen mij zegt dat het oké is. Dat je niets hoeft te doen tegen je wil in. Dat je best nog even af mag wachten of mag vertrouwen op je eigen lijf. Zonder me te beperken en mijn vrijheid af te nemen.'Wees nou eens een grote meid!' Ik zou het ook tegen jullie kunnen zeggen. 

Lees meer »

Onderschatten van je schatten

Vorige week werd ik tot tranen toe geroerd, terwijl ik televisie keek. Soms overkomt je dat ineens. Ik keek naar de herhaling van één van mijn favoriete programma's: Expeditie Robinson. Waar het programma me normaal blij en aan het lachen maakt, voelde ik me nu echt een beetje verdrietig. Er gebeurde veel in mij tijdens deze aflevering. Zoals wel vaker, vroeg ik me af wat het met mij zou doen als ik daar zou zitten. Daar, op een onbewoond eiland. Zo wordt het kijken naar een favoriet programma bijna een soort onderzoek naar jezelf. Stel dat ik uitgenodigd zou worden om mee te doen... Ik zou het met beide handen aangrijpen. De honger zou me vermoeid en bloedchagrijnig maken. Beiden kun je je daar niet veroorloven, want na een tijdje zullen je mede-eilanders je meer dan zat zijn en voor je het weet, lig je uit het spel. Ik vind het wonderlijk hoe de Robinsons zich volop voor de zware proeven kunnen inzetten, terwijl ze leven op 10 gram vis en een stukje slang... Wat me in deze aflevering aangreep, is het sociaal-emotionele proces dat de deelnemers doormaken. Er werd een proef gedaan op een grote, houten ton. De ton draaide meters boven het water naar achteren door er op te lopen. Eenmaal aan de overkant (en het was niet eenvoudig om daar te komen) grepen ze een stok uit de lucht, waarna ze terug zwommen naar het begin van de stellage. In één van de kampen bood Stefano Keizers zich tot vier keer toe aan om op de ton te gaan staan. Het is hem uiteindelijk (volgens mij) niet gelukt de overkant te bereiken. In mijn ogen is dat geen probleem. Kan gebeuren, het was ook echt niet makkelijk. Zijn kamp verloor de proef. En toen was er boosheid. Niet bij zijn kampgenoten, maar in zichzelf. Wat een gevecht met zijn eigen gedachten...Na een tijdje worstelen in zijn hoofd vroeg hij zijn kampgenoten bij elkaar te komen. Hij smeekte hen om hem weg te stemmen. In zijn ogen had hij het verpest. Niet alleen voor zichzelf, maar voor iedereen. Hij gaf zichzelf de schuld voor het verliezen van de proef. Zijn pogingen hadden tijd gekost en hij was -  in zijn ogen - egoïstisch geweest. Hij wilde zich bewijzen. Totale mislukking. Deze man met een hart van goud is zó hard voor zichzelf... Nu is het tijd voor de groep om boos te worden. De groep die hem helemaal niet weg wil hebben. Toch heeft hij het zo bedacht en zijn z'n gedachten zo sterk, dat de groep zich gedwongen voelt. Er is geen ruimte meer voor iets anders. En dat terwijl één van de vrouwen er diep verdrietig van wordt. Haar grootste uitdaging was het contact leggen met de mensen in de groep. Stefano was meteen haar vriend. Nu vraagt hij haar iets onmogelijks. Hij geeft er geen idee van hoe belangrijk hij is. Zijn waarde wordt door zichzelf volledig onderschat. Hij vult zelfs in wat de anderen van hem zouden moeten vinden. En daar rollen ze, de tranen. Ik hoef me niet lang af te vragen wat mij verdrietig maakt. Het is de herkenning. Nu ik het hem zie doen, doet het me pijn. Ik vind zijn worsteling moeilijk om te zien. Totale projectie, een levensgrote spiegel. Ik snap zo goed wat hij voelt en vind het - omdat hij het is - zo onterecht! Maar ik doe dit ook. Gelukkig steeds ietsje minder. Toch doe ik het ook. En met mij vele kinderen en ouders in mijn praktijk. Het onderschatten van je schatten. Het gesloten houden van je schatkist. Zó zonde! Want als je weet waar je goed in bent en ten diepste voelt wat je te bieden hebt, zul je jezelf nooit op die manier naar beneden praten. Dan zie je mogelijkheden en ervaar je jouw waarde. En dat is precies wat maakt dat ik coach ben. Omdat ik het iedereen gun zich bewust te worden van al het moois dat je bezit. Omdat ik het je gun jouw schatkist te openen. Vind de sleutel naar jezelf. Het is niet voor niets de slogan van mijn praktijk. Ik ga dolgraag met jou op zoek naar de juiste sleutel, zodat het slot voor eens en voor altijd ontgrendeld kan worden. En heel soms - als je er even geen zin in hebt - mag die kist ook best even dicht. Zolang je dat maar bewust doet. Zolang je er maar voor kunt kiezen.Dank je wel, Stefano. Voor dit cadeau. Zo zie je maar, dat zelfs een persoonlijke worsteling iets toevoegt in het leven. Hoe het, zelfs voor een ander, iets groots kan betekenen. 

Lees meer »

Door de bagger

Terwijl ik eigenlijk al lange tijd aan het zwoegen ben, gaat het nu pas echt beginnen. Zo voelt het tenminste. Ik mag door de bagger… En dat zal even duren. Onzeker en verdrietig sta ik bij de start van een gigantisch parcours vol obstakels. Alsof ik de ‘Mud Masters’ van het leven door moet ploeteren. Onvoorbereid en totaal in paniek. Ga ik het wel kunnen? Kan ik de hindernissen aan? Heb ik kracht genoeg om dit parcours te trotseren? Of kom ik er achter dat ik hier beter niet aan had kunnen beginnen? Door de bagger, de blubber, de modder. Je wordt er vies van en moe. Je glijdt er snel uit en voor je het weet lig je op de grond. Heb ik de kracht om op te blijven staan? Kom ik ooit bij de finish? Wat me vooral bang maakt, is dat ik geen idee heb hoe lang dit gaat duren. Ik heb het eerder gedaan, door de bagger. Toen met veel plezier. En voorbereid. Ik wist dat ik het kon en ik wist ook dat het 12 km zou duren. Ik wist wie er bij de finish stond. Ik wist welke obstakels ik zou tegenkomen. Ik genoot van de modder op mijn gezicht en met een brede glimlach spetterde ik door de sloten. Vastberaden sprintte ik de halfpipe op en lukte het me zowaar om in één keer boven te komen. Ik klom over muurtjes, maakte slidings door de viezigheid en slingerde behendig het klimrek over. En nu? Nu sta ik aan de start. En eigenlijk wil ik er niet eens aan beginnen. Ergens weet ik welke stappen ik moet zetten, maar ze zijn veel te spannend en ik heb er totaal nog geen ervaring mee. Het voelt alsof ik hier sta, zonder uitrusting. Geen stevige schoenen, geen thermoshirt. Ik heb me hier niet eens voor opgegeven. En toch sta ik er ineens. Het liefst loop ik terug. Terug naar het bekende. Het liefst kies ik voor de route die ik al een aantal jaren bewandelde. Ik weet wat het me gaat brengen: niets. Hoewel, dat is niet helemaal waar. Langs deze route kwam ik ook heel veel moois tegen. Ik heb onderweg regelmatig genoten. Toch wist ik al die tijd dat het mijn pad niet was, maar ik wilde zo graag dat uiteindelijk toch zou blijken dat ik goed zat... Dat ik de goede richting op was gelopen. Maar hoe verder ik ging, hoe meer ik besefte dat het tijd werd om terug te keren. Terug naar de afslag die ik had genomen. Tijd om te kiezen voor de richting die wél voor mij bedoeld is. Door alle regen, onweer en harde windstoten, is de terugweg slecht begaanbaar. Ik mag dus door de bagger. Over de hindernissen, uitglijden, struikelen en weer opstaan. Terwijl ik geen idee heb waar ik het voor doe. Ik heb het eerder gedaan, door de bagger. Toen met veel plezier. Je houdt er behoorlijk wat blauwe plekken aan over, maar die verdwijnen na een tijdje. Je wordt er vies van en koud, maar uiteindelijk fris je weer op en word je weer warm. Laat ik daar maar op vertrouwen. Ik ben onderweg, op die route terug. Gelukkig werd al snel duidelijk, dat er mensen zijn die me aanmoedigen. En zo hoef ik het toch niet helemaal alleen te doen. Wie weet raapt iemand mij af en toe even op. Wie weet veegt iemand mijn gezicht even schoon en worden mijn schaafwonden met liefde verzorgd, tot ik het zelf kan en bij de afslag sta die voor MIJ bedoeld is. Wie weet ontvang ik daar wel een prachtige medaille. Ik mag voor mijzelf gaan zorgen. Ik mag gunnen wat ik alle kinderen in mijn praktijk ook gun. Dus ga ik me op mijn talenten richten, ik ga helpende gedachten gebruiken, ik ga elke dag opschrijven waar ik dankbaar voor ben en ik ga doen waar ik blij van word, doen wat ik leuk vind. En als ik toch verdrietig ben? Dan mag dat. En dan geef ik dat de ruimte. Lief zijn voor mezelf. Net zo lief als voor een ander.

Lees meer »

Schreeuwende brulapen

Aandachtig luisteren. Ik kan dit. Het is misschien zelf een talent te noemen. Luisteren met aandacht. Dat is wat ik anderen graag wil geven. Het is niet altijd makkelijk. Aandachtig luisteren zorgt soms dat er iets van de ander in mij wordt geraakt. Is het dan wel iets van de ander? Nee, dan is het van mezelf. Mijn hoofd voert me dan mee in herinneringen. In oordelen die ik daarover heb. Het is pas echt talentvol om jouw eigen geraakte stuk even te parkeren als je aandachtig naar een ander luisteren wil. Even opmerken dat het iets van mij raakt. Dat erkennen en terug met mijn aandacht naar jou. Zonder oordeel. Zonder advies. Dat is waar ik zelf ook naar verlang als ik deel wat me bezighoudt. Aandachtig luisteren. Kan ik ook naar mezelf luisteren met aandacht? Dat vind ik een stuk ingewikkelder. Ik kan luisteren naar mijn hoofd. Naar de brulapen die daar de hele dag vervelende dingen roepen. Die mij naar beneden halen en de grond in boren. Ik luister. Ik kan er zelfs niet omheen. Zij krijgen al mijn aandacht. Luisteren naar mijn hart, mijn buik, mijn 'weten'. Dat is lastiger. Niet zo gek ook, met die schreeuwende brulapen. Zo overheersend, vol overtuiging. Ik geloof ze en ik gehoorzaam. Hoe zou het zijn als ik aandachtig luisteren in dit geval zou ombuigen naar 'horen'? Ik hoor jullie. Meer niet. Ik hoor jullie aan en ik laat mijn oordeel hierover los. Ik hoor jullie aan, maar ik luister met aandacht naar mijn hart. Als ik aandachtig luisteren, zou ombuigen naar 'horen', zouden de brulapen de baas niet meer zijn. Ze worden wel gehoord. Ik glimlach naar ze. Misschien zorgt het ervoor dat het brullen niet meer nodig is. Dat ze alleen nog een brul geven als het even niet zo lekker gaat. Als er chaos is, onrust, lawaai. En dan glimlach ik weer liefdevol. De strijd kan liggen. Er hoeft niet meer gestreden te worden. Zij voelen zich gehoord en mogen er zijn. En ik? Ik accepteer dat ze er zijn en laat ze. Als ik luister naar mijn hart, kan ik leven in liefde. Dan kan ik me omringen met pure gevoelens. Met licht en kwetsbaarheid. Ik kan omarmen en liefhebben. Er is rust en aandacht. Als ik luister naar de fluisteringen van mijn hart, zal naar mij toekomen wat ik nodig heb. Dan zal ik weten wat mij te doen staat en ga ik dat vol vertrouwen aan. De brulapen mogen mij vertellen. Ik bepaal wat ik ermee doe. Uiteindelijk is brullen onnodig. In de rust ben je te horen. Als ik besluitde strijd is gestredende strijdbijl begraafDan is de strijd verdwenenwant een strijd voer jenooit alleenAlleen met een vijandIk geef me over. 

Lees meer »

Onderweg verdwalen

Gisterenavond sloot ik me aan bij het Schrijfvuurtje, een uurtje schrijven met een groep vrouwen, verspreid door heel Nederland. We ontmoetten elkaar online en Miranda van Schrijftuintje leidde ons door het schrijfuur heen. Schrijven heeft altijd een deel uitgemaakt van mijn leven. Ik heb het veel gedaan, dagboeken vol. Als tiener, als backpacker. Mijn grote droom is ooit een boek te schrijven. De inspiratie hiervoor mist nog en daarnaast is schrijven een bezigheid waar ik meer tijd voor mag nemen. En dat heb ik gisterenavond dus gedaan. Ik voelde me helemaal op mijn plek. Het thema 'geduld' stond centraal. Graag deel ik met jullie wat ik schreef. Goed om te weten: wij schreven intuïtief. Dit betekent dat je schrijft zonder te stoppen. Ook als je het even niet meer weet. Blijven schrijven wat er in je opkomt, zonder daar tussendoor een oordeel over te hebben en zonder het meteen 'mooi' te willen verwoorden. Het verbaasde mij dat de verhalen hierdoor juist prachtig waren om naar te luisteren. Recht uit het hart.Geduld is een schone zaak, dat zeggen ze. En toch is het verdomde lastig. Want hoe lang mag ik nog wachten op het moment dat mijn leven eruit ziet zoals ik dit zou willen? Hoe lang mag ik nog wachten op het moment dat ik eindelijk 'mama' genoemd word en niet meer verlangend hoef te zuchten bij iedere aankondiging van een zwangerschap? Hoe zou het zijn als al mijn geduld uiteindelijk voor niets is geweest? Kan ik beter stoppen met wachten en genieten van de tussentijd? Wat er in de tussentijd voorbijkomt, is misschien wel belangrijker, maar dat zie ik nu even niet. Dat zeggen ze toch? De reis is mooier dan de eindbestemming... Het zou toch zonde zijn om dan onderweg je ogen dicht te houden. Waar tijd voor nodig is, is mijn ontwikkeling. Iets waar ik volop mee bezig ben en wat voor mijn gevoel zó lang duurt. Is er wel een einde? Waarschijnlijk niet. Weten al die lieve, oude vrouwtjes op hun sterfbed wél wie ze waren? Of hadden zij ook nog meer tijd nodig? Waren mijn oma's bijvoorbeeld tevreden? Was oma (zelfs na 90 jaar) tevreden met wie ze geworden was? Of zullen ze geleerd hebben dat het al die tijd al oké was?GeduldGeduldGeduldMisschien is geduld wel: accepteren zoals het nu is en met al je zintuigen het moment beleven. Ook al is het verdrietig, ook al is het ongemakkelijk en ook al doet het pijn. Als die momenten er mogen zijn, zal het mooie vanzelf ook meer zichtbaar worden en zal misschien wel blijken dat het er altijd is. Dat het er altijd is geweest. Door geduld te hebben, te blijven ademen, zien, voelen, kijken. Door te blijven horen en zien. Het zou zomaar eens de oplossing kunnen zijn voor het nare gevoel van ongeduld.Wat ik eigenlijke echt wil zeggen, is dat het er al is. Alles waar ik naar verlang zit al in mij. Daar wil ik op vertrouwen. En soms duurt de reis wat langer of is de route even onbekend. Ik mag verdwalen.Onderweg verdwalen brengt meer dan verlangend wachten op dezelfde plek. - Cindy Verheij.Wat is geduld voor jou?Mooi als je dat hieronder met mij zou willen delen.

Lees meer »

Rode strepen door foute antwoorden

Ongeveer drie tot vier jaar geleden had niemand kunnen bedenken dat het zo ver zou komen. Vol passie en plezier stond ik voor de klas. Ik deed het werk vol overgave en genoot van de kinderen. Van hun aanwezigheid, van de gesprekken, van het plezier en van hun ontwikkeling. De sociaal-emotionele ontwikkeling van mijn leerlingen heb ik altijd het belangrijkst gevonden. Inmiddels weet ik dat ik daarin veel te geven heb. Met die ontwikkeling wil ik mij bezig houden. En het onderwijs heeft daarin geen plek meer voor mij.  

Lees meer »

Coach jezelf de tandarts boor! Uh, door.

De tandarts. Voor weinig mensen een pretje. Gek genoeg ging ik jaren geleden met veel plezier. Ik had zo’n fijne, lieve tandarts. Tot ze zwanger werd en verhuisde naar Brabant. Dat maakte haar natuurlijk niet minder fijn of lief, maar ze was wel weg. De laatste jaren ging ik liever niet. Kop in het zand. Alle ‘vergeet uw halfjaarlijkse controle-herinneringen’ negeerde ik volop. Op een gegeven moment sturen ze geen herinneringen meer. Snap ik. Alleen als het hoognodig was, maakte ik schoorvoetend een afspraak. Iets met een ontstoken verstandskies, dus dan naar de kaakchirurg, waar ze er alle vier uitgetrokken worden. Wat een feest. Een week vloeibaar eten en twee kilo afvallen (dat dan weer wel). Toen kwam Corona, maart/april. Het begon met gespannen kaken. ‘Zal wel door alle onrust en stress komen,’ dacht ik. En misschien was dat ook wel zo. Alleen werd de pijn steeds erger en de plek steeds concreter. Rechts achterin. Mijn vrezen werd bevestigd. Een gaatje. Correctie: gat. Als je dus nooit naar de tandarts gaat, krijg je het op een gegeven moment voor elkaar om gaten als meteorietinslagen te creëren. Dus een gedwongen bezoek aan de tandarts, niet mijn ‘eigen’ (de lieve vrouw die mijn toen zwangere tandarts had vervangen, maar in hoeverre mag ik haar ‘eigen noemen als ik nooit kom?), maar bij een man waar ik weinig verbinding en klik bij voel. Dat maakt het niet minder spannend… Ik moet hem nageven: ik heb nog nooit zo’n pijnloze verdoving ervaren. Deze meneer vertelde me toen ook al, dat ik beginnende gaatjes had in de rest van mijn gebit. Dus het was heel belangrijk om een vervolgafspraak te maken. Een flinke periode kwam dat er toch weer niet van…

Lees meer »

Het is me niet gelukt (maar toch ook wel)

Soms weet je iets al heel lang, maar is er eerst van alles nodig om te luisteren. Soms lijkt er geen oplossing te zijn en soms is het er ineens. Eigenlijk loop ik al twee jaar rond met het gevoel van twijfel. In het onderwijs loop ik tegen veel dingen aan, te beginnen met iets groots: het onderwijssysteem. In mijn ogen is dat systeem aan een grote verandering toe. In mijn ogen draait het binnen dit systeem vooral om cijfertjes en resultaten. Leerlingen worden vergeleken met elkaar, met ‘gemiddeld’ Nederland, in plaats van met zichzelf. Er wordt veel gekeken naar resultaat, minder naar het proces. Het wordt veel gekeken naar wat ze niet kunnen, minder naar wat wel.

Lees meer »

Vind de sleutel naar jezelf

Sommige verhalen raken me diep. Dit is er één. Ik heb haar toestemming om dit anoniem te mogen delen met jullie.Een groot deel van haar omgeving zal op z’n lichtst gezegd verbaasd zijn. Verbaasd, omdat ze iets heel anders uitstraalt. Omdat ze een masker draagt als ze niet alleen is. De elastiekjes van het doodvermoeiende masker dreigen nu te knappen. Ze houdt het bijna niet meer vol. Waar ze in het bijzijn van anderen vriendelijk lacht, is dat niet meer wat ze voelt. Haar hart voelt leeg of vol verdriet. Af en toe verschijnt er nog een hoopvol sprankeltje blijdschap, maar de balans is volledig zoek en het sprankeltje dooft door haar vele tranen.

Lees meer »

Niets hoeft voor altijd te zijn

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik vind het maken van keuzes soms behoorlijk ingewikkeld. Zeker als het bij die keuzes niet alleen om mij gaat, maar er anderen bij betrokken zijn. Bij de ijssalon kan ik al vol twijfel in de rij staan, omdat ik niet weet welke twee smaken ik wil kiezen. De keuze is immens en stel nou dat je de verkeerde smaak hebt gekozen? Dat is dan toch een beetje balen…

Lees meer »

Hoe gedrag soms onbegrijpelijk kan zijn

Daar sta ik dan, net binnengestapt in het huis van een vriendin en haar twee lieve jongens. Ik barst in tranen uit en roep om mezelf te verdedigen: ‘Het gaat ook helemaal niet om die tompoucen!’ Gelukkig lijkt deze lieve vriendin dat te begrijpen. Het is Koningsdag 2020 in een crisistijd. Voor mij breekt er een crisis uit, midden in de supermarkt. Waar ik het op dit moment sowieso al vreselijk vind om een bezoek aan de supermarkt te brengen (een ontwijkspel waaraan de vakkenvullers met hun ‘houd-1,5 meter-afstand-hesjes’ niet echt mee lijken te doen), is het vandaag echt een drama. In volle paniek en met tranen in mijn ogen sta ik in de Albert Heijn. Bij Koningsdag hoort voor mij een tompouce. Ik had al begrepen dat ze bij de Hema uitverkocht waren. Daar heb ik het dus niet eens meer geprobeerd. Volledig overtuigd stapte ik deze supermarkt binnen. Ik zag ze al voor me: de vier oranje tompoucen in een bakje in de koeling van het gebak. En als ze daar niet zouden liggen, zou ik ze vast op nog een andere plek in de winkel tegenkomen. Het is tenslotte Koningsdag! WRONG. Paniek. Ontzet. Verdriet. Woede. Voor een buitenstaander is dit waarschijnlijk niet te begrijpen en lijkt mijn gedrag vooral erg kinderachtig. Waar gaat het eigenlijk om? Een tompouce, serieus? Ik vervloek de Albert Heijn en alle andere bakkers, Hema’s en winkels die tompoucen verkopen. ‘ECHT WAAR? Jullie snappen toch ook wel dat iedereen vandaag thuis moet blijven? Dan koop je toch dubbel zo veel tompoucen in!?’

Lees meer »

Verwondering

Geschater bij de simpelste spelletjes, vrolijk rondkruipend in het veld vol paardenbloemen. Vol verwondering door de madeliefjes, de kietelende grassprietjes en de ruimte. In de weer met de lege kinderwagen, waar hij een marathon mee loopt. Pretoogjes als je ze roept. De meest pure, stralende glimlach die ze me geven. En alles binnen de anderhalve meter die we onmogelijk in afstand kunnen doorbrengen met deze twee lieve kleintjes van een vriendin van mij.

Lees meer »

Dit gaat de boeken in

Eén voor één komen ze de klas in, 'mijn' kanjers van groep 8. Waar we vorige week nog grapjes maakten over hoe heerlijk het zou zijn om 'Corona-vakantie' te hebben, is het gevoel nu anders. Die vrije dagen zagen deze leuke pubers wel zitten! Toch denken ze er nu anders over. Geen kind komt vol enthousiasme binnen, ze lijken allemaal wat beduusd. We zijn het er allemaal over eens dat dit zó gek voelt. Sommigen delen hun gevoel met mij: 'Nou, juf, eerst dacht ik nog dat het wel leuk zou zijn, maar toen wij de brief van school kregen, moest ik ineens heel erg huilen.' Het is ook allemaal wat. Ze geeft aan dat ze het vooral moeilijk vindt om de klas zo lang te moeten missen. En zo worden we ons er weer van bewust hoe fijn het is om samen te zijn, ook al wordt je gezelschap je soms gegeven en kies je ze niet zelf uit, zoals in een klas. 'Drie weken! Dat is gewoon een halve zomervakantie. Dat is echt heel lang.' Eén voor één zeg ik ze gedag en laat ik ze weten dat ik hoop ze snel weer te zien.

Lees meer »

Weerstand

Misschien heb ik weinig recht van spreken. Ik ben gezond, heb een goede weerstand en voel voor mijzelf geen paniek omtrent het coronavirus. Ik weet dat ik het overleef, mocht het me treffen. En ik wil hiermee niemand een vervelend gevoel bezorgen. Want ik snap wat een ellende dit allemaal veroorzaakt. Ik voel mee met de zieken, de mensen die het niet overleven en hun dierbaren, de ondernemers die nu geen inkomsten zullen hebben. Ik heb makkelijk praten met mijn vaste contract in het onderwijs.

Lees meer »

Ook jij hoort erbij

Wat een inzichten krijg ik door dit rondje hardlopen, waar ik eigenlijk geen zin in had. Omdat het zo’n prachtige, zonnige dag is, heb ik mezelf ertoe gedwongen toch naar buiten te gaan en uiteindelijk voelt dat heerlijk. De omstandigheden zijn perfect: frisse lucht, een zonnetje en een klein beetje wind. Wanneer ik ongeveer op de helft van mijn rondje zit, plopt er een mooi inzicht in mij op. Ik ben namelijk niet de enige hardloper op dit moment, want ik kom de één na de ander tegen. En wat er dan gebeurt, is me eigenlijk wel vaker opgevallen, maar vandaag ontstaat hierdoor een stukje bewustzijn.Misschien herken je het wel. Als je als mensen – ook als onbekenden – iets met elkaar gemeen hebt, geeft dat een gevoel van verbondenheid. De hardlopers die ik tegenkom in mijn rondje bewijzen dit voor mij. Mijn ervaring is dat we elkaar, hier in de Randstad, meestal geen gedag zeggen als we elkaar niet kennen. Meestal lopen we elkaar zomaar voorbij. Ooit had ik een vriendje in het zuiden van het land en daar gebeurde dat voorbijlopen veel minder. Maar bij hardlopers onder elkaar is dat anders. Meestal krijg je in het voorbijgaan een knikje, een hand die geheven wordt of zegt iemand je gedag. Ik hou daar van! En nu weet ik waarom. Het geeft me het gevoel ‘erbij te horen’. Ik hoor bij de hardlopers van Nederland (wie had dat ooit durven denken). Hetzelfde gebeurt vaak als je aan het wandelen bent. Let er maar eens op.En is dat niet wat we allemaal het liefst willen? Het gevoel hebben erbij te horen? Ik denk het wel. En het mooie is: hoe eenzaam of buitengesloten je je ook voelt, je hoort áltijd ergens bij. Of je dat nou zo voelt of niet en of je dat nou wil of niet. De lijst van groepen waar je bij hoort is oneindig lang. Ik hoor dus bij de hardlopers. Jiehoe! Ik hoor dan weer niet bij de hardlopers die een hele marathon kunnen rennen. Geeft niks. Maar ik hoor bij zo veel meer! Ik hoor bij de mensen die blij zijn dat het zonnetje vanmiddag schijnt, ik hoor bij de mensen die het moeilijk vinden om snoep te laten liggen, bij de mensen die graag reizen, bij gevoelige mensen, bij mensen die het heerlijk vinden om te tekenen en kleuren.Naast de hardlopers die ik tegenkom, zie ik meer mensen waar ik bij hoor. Ik zie een collega, die ook voor de klas staat binnen dezelfde stichting. Wij horen dus ook bij elkaar. Ik zie een moeder van een leerling uit mijn klas. Wij horen bij elkaar. Iets verderop, in de verte (te ver om naar haar toe te sprinten of te roepen), zie ik een vriendin van mij fietsen. Wij horen bij elkaar. Mooi om te ontdekken: je bent dus eigenlijk nooit echt alleen.Bij kinderen zie ik het volgende veel gebeuren. Ze voelen zich buitengesloten door kinderen uit hun klas. Feit is: buitengesloten of niet, je hoort wél bij elkaar. Je zit namelijk in dezelfde groep. De vraag is of je bij mensen wíl horen die je het gevoel van buitensluiting geven. Dat is aan kinderen soms nog lastig uit te leggen. Soms kies je er niet voor om ergens bij te horen, maar doe je dat toch. Neem je familie: daar hoor je bij, of je nu wil of niet. Neem je werk: je hoort bij je collega’s. Kinderen op school: zij horen bij de school en bij hun klas. En om niemand uit te sluiten: we zijn allemaal wereldburgers. En zo is niemand dus alleen. Je kunt uit een groep stappen en zo hopen er niet meer bij te horen. Maar omdat je er ooit bij hebt gehoord, is dat voor altijd zo. Als een kind wisselt van school, omdat het niet meer bij zijn groep wil of mag horen, lijkt het, door er van weg te gaan, alsof je ervoor kunt kiezen er niet meer bij te zijn. Toch zul je altijd bij de groep horen. Namelijk in herinnering.

Lees meer »

Als leren alleen uit cijfertjes bestaat

En daar zijn de tranen. Ik kan ze tóch niet tegenhouden. Hier zit ik dan, achter mijn bureau in mijn klaslokaal. Ik probeer me er echt niet te veel van aan te trekken, maar het lukt me niet. Waarom raakt dit me toch zo?Door de waas van mijn natte ogen staar ik naar mijn roodgekleurde beeldscherm. Het is tijd om de citotoetsen te analyseren en te kijken of de groepsdoelen behaald zijn. Eind groep 7 zijn er doelen gesteld voor het volgende toetsmoment in groep 8. Al deze doelen zijn niet behaald, vandaar die rode kleur. Het ziet er confronterend uit. Het voelt alsof ik als leerkracht enorm gefaald heb.Mijn collega schuift even bij me aan om met me mee te kijken. We komen tot de conclusie dat het eigenlijk best meevalt. De leerlingen hebben prima gescoord en zitten boven het landelijk gemiddelde. Voor veel scores is een verklaring te vinden. Toch voelt het vreselijk dat ik met dit roodgekleurde document volgende week moet gaan verantwoorden waar de resultaten vandaan komen. Mijn collega verzekert me ervan dat ik me dit niet persoonlijk aan moet trekken. En toch gebeurt het.‘Weet je wat het is?’ antwoord ik hem. ‘Eigenlijk vind ik dit zo onbelangrijk. Natuurlijk schrik ik ervan en ik wil graag dat de klas blijft leren en beter wordt in rekenen, taal, spelling en al die vakken meer. Maar waar ik écht om geef, is dat het goed met ze gaat. Dat ze zich prettig voelen. Ik geef veel meer om hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat is ook waar we veel aandacht aan besteed hebben. En eerlijk is eerlijk: daar is echt sprake van groei!’ Ik besef nu dat hier mijn pijn zit. Het voelt vreselijk om een rood scherm te zien dat gericht is op de ontwikkeling van deze kinderen, terwijl het slechts meet wat zij bij deze citotoetsen hebben gedaan. Het voelt vreselijk dat die toetsen zo belangrijk worden gemaakt en gevonden. Nergens vinden we terug hoe kinderen lef hebben ontwikkeld of hoe ze zich meer durven uitspreken. Hoe ze elkaar steunden toen een ander verdrietig was. Hoe ze iets deden wat ze spannend vonden. Hoe ze zich meer open stelden voor elkaar. Hoe ze steviger in hun schoenen kwamen te staan.Het is niet zo dat de school waar ik werk hier iets laat liggen. De school waar ik werk doet het goed en er is sprake van veiligheid, rust en een goede sfeer. En natuurlijk besteden we ook aandacht aan het sociaal-emotionele stuk. We houden goed in de gaten hoe het met de kinderen gaat. Maar in dit onderwijssysteem kom je er gewoon niet onderuit. In dit systeem ben je verplicht te kijken naar cijfertjes. Cijfertjes die er aan kinderen worden gehangen alsof dat alles is wat ze zijn. Cijfertjes waarbij ze vooral vergeleken worden met de gemiddelde leerling in het land. Cijfertjes gericht op resultaat en veel minder op het proces…Ik weet dat ik me als leerkracht bezig moet houden met het leren. Maar ‘leren’ bestaat voor mij uit veel meer dan cijfertjes. Leren is ook: - Jezelf beter leren kennen- Weten hoe je kunt doorzetten als je het even niet meer ziet zitten- Je uitspreken- Je emoties herkennen en er over kunnen praten- Samenwerken- Weten wat je talenten zijn, ook als die op school weinig tot zijn recht komenAls ik daar een kleurtje aan zou moeten hangen, zou mijn scherm er een stuk groener uitzien. En is dat niet de basis om cognitief verder te kunnen komen? Ik denk van wel. Bewijs daarvoor zie ik de volgende morgen als ze weer de klas binnenstappen. Stralend en glimlachend komen ze binnen en gaan we de dag tegemoet. Schouders eronder en we gaan er weer voor! En die tranen ben ik nu wel weer vergeten.

Lees meer »